Het aanvankelijke plan voor vandaag was, dat we rechtstreeks naar Ubud zouden gaan. Ubud is de hoofdstad van Bali, en ligt in het centrum van het eiland. Ubud is een drukke, toeristische stad, waar vanalles te doen is. Vanuit Gilimanuk, waar we deze morgen wakker worden is het nog 4u rijden.


Gisteren -tijdens de lange taxirit- twijfelde ik plots heel erg aan dat plan. Weeeer zo lang in de taxi, weeeer naar zo’n drukke stad. Ik wil heel graag even voelen dat we op een eiland zijn, ik wil heel graag een dag aan zee. Dus we veranderen de planning, in de taxi. Vandaag rijden we 1,5u langs de kust naar Yeh Sumbul, een klein surfersparadijs. Ook ons hostel blijkt een paradijs, met supermooie kamers, een heel mooie tuin, en een zalig zwembad.

We komen er rond de middag aan met de taxi. De autorit laat ons voor het eerst zien hoe mooi Bali is, en hoe anders. Nog groener, meer offerplaatsjes in de tuinen voor de goden, bergen in de verte, heel groene tropische bossen, waar we veel aapjes zien lopen, eindeloze rijstvelden, en we zien ook heel vaak … de zee. Hier zijn ook veel koeien, en Niek en ik bedenken dat je als koe toch ook maar geluk moet hebben waar je geboren bent. Hoe mooi kan het zijn; grazen in zo’n warm land, aan de zee?

Alle taxichauffeurs hier draaien onze jaren ’80-’90 lovesongs, soms in een heel vreemde aangepaste versie, die zo mogelijk nóg zeemzoeter is. Als we het straatje van onze hostel indraaien, recht naar de zee toe, doen we dat begeleid onder ‘Con te partiro’, mooier kan je het toch niet hebben.

Het is heel duidelijk dat dit een ‘niets-dag’ wordt, en dat mag ook wel een keer. We hangen lang in het zwembad, we liggen in de zon. We gaan eten in het dichtstbijzijnde strandbarretje, en vergapen ons werkelijk aan de paradijselijke omgeving. We wandelen langs het strand met mooi zwart zand, Niek vindt heel mooie schelpen -en zelfs de teen van een walvis!!!!-, we bewonderen eindeloos de verandering van kleur als de zon heen en weer tussen de wolken glijdt, de weerspiegeling op het water, de hele mooie golven, de vissers, de vrolijke gekleurde bootjes die elk vergezeld worden van hun eigen diertje. We vinden een hippe strandbar, waarbij een allereerste cocktail van de hele reis hoort, en bewonderen de surfers die straffe toeren op de mooie golven laten zien. We denken warempel; ‘dit moet het allermooiste zijn dat we op deze reis al zagen’.

Als we terug bij ons hostel zijn, doen we nog een snel zwemmetje in het zwembad, en een belletje met het liefje, en dan werk ik aan mijn blogposts, en dan gaan we snel slapen, want je wordt daar ontzettend moe van; van zo’n hele dag niets doen. Fioooeeeewwwww.