Ik word wakker van hanengekraai, zoals elke morgen, en ik realiseerde me enkele dagen geleden dat systematisch hiermee wakker worden van mijn kindertijd geleden is. Hier hoor je het elke morgen overal, ongeacht of je aan zee, op het platteland, of in een grote stad zit.

Een hagedis is ondertussen zo vriendelijk van te poseren op ons badkamerraam.

We ontbijten om 10u, ik nies terug een beetje meer, we hebben een trage ochtend. Aanvankelijk hadden we ook voor vandaag een bezoekdag gepland (watervallen en waterpaleizen), maar gisterenavond hebben we die (kosteloos -zij het met enige moeite, dankjewel Niek!-) geannuleerd. De drukte van Ubud valt ons precies zwaar. Yogyakarta was ook een grote drukke stad, maar er waren veel minder toeristen, en een authentieke hippiesfeer, wat me blij deed meevibreren. Hier voelt dat helemaal anders, en het jaagt ons een beetje op. Niek wil graag het Ubud paleis bezoeken, en ik twijfel om mee te gaan (niezen en snotteren terug, dus beetje opletten), maar ik pak me samen en we spreken af dat ik terugga om te rusten als dat nodig zou zijn. Het buitenlopen doet me deugd. We slenteren van winkeltje naar koffiebarretje naar winkeltje.

Aan de ingang van Ubud Water Palace worden kaartjes verkocht voor een traditionele Kecak & Fire Dance Show, dicht bij ons hostel. We kopen ticketjes, en boeken daarmee onze eerste avondactiviteit.


Aan Ubud Water Palace blijkt dat onze rok tot over de knieën en sarong over de schouders niet genoeg is. Iedereen die binnengaat, krijgt een soort stoffen diadeempje op het hoofd, een paarse wikkelrok en een wit vestje met lange mouwen. Als Niek het nodig vindt om te zeggen dat het diadeempje eerder op een beflapje lijkt -dit mocht niet op de blog, sorry Niek- is dat weer goed genoeg om minuten lang de slappe lach te hebben, en zowel de opmerking als onze lachbui voelen meer oneerbiedig dan onze eigen kleren. Een eindje verderop staat zowaar een troon, waarop we poseren en ons gewillig laten fotograferen. We verwonderen ons ook over de mooi bloeiende orchideeën die zowaar op de bomen zijn geënt, alsook over de grappige foute vertalingen waarover we toch even moeten nadenken.

Daarna krijg ik toch even m’n klop, en kruip ik 2u in bed, terwijl Niek nog wat winkeltjes doet, en de Ubud Art Market bezoekt.

We gaan eten -alweer superlekker- en trekken naar de Kecak and Fire Dance. Deze gaat enkel op zondagavond door, en doorheen de hele stad staan al de hele dag mannetjes met kaartjes te zwaaien. Als we er een kwartiertje voor tijd aankomen, zit het al goed vol. Daarna blijven de mensen maar binnenstromen… Bij het verkopen van ticketjes wordt blijkbaar geen rekening gehouden met een maximumcapaciteit, en er is veel meer volk dan beschikbare plaatsen. Niek en ik zitten dicht bij de ingang, en zijn dus niet alleen toeschouwers van de voorstelling, maar ook van het hele geharrewar met stoeletjes bij, en boze mensen en geduw en gedoe. Niek bedenkt zich luidop dat we ons best niet teveel vragen stellen over de brandveiligheid, en ik parkeer die gedachte maar meteen terug, want inderdaad; als hier iets fout loopt, is het echt wel goed mis.

Jeetje, wat een chaos! Halfweg de voorstelling (van 1u!) moeten dan weer mensen de tribune af om naar het toilet te lopen -en bijgevolg 5 minuten later dan ook weer op-, laatkomers blijven lompweg rechtop in de tussengangen staan en blokkeren ieders zicht, echt niet te geloven.


Het spektakel zelf bestaat uit een groot mannenkoor dat zittend in 3 cirkels op de grond zingt en scandeert, terwijl Oosterse danseressen en gemaskerde figuren een verhaal uitbeelden. We moeten het verhaal eens opzoeken, want hoewel heel boeiend om te zien en horen, kunnen we niet volgen waarover het gaat, dus de betekenis gaat een beetje verloren.

We gaan nog iets kleins drinken, en keren weer terug. Niek maakt onderweg de mooiste Ubud by night foto ooit.

Morgen trekken we naar Nusa Penida, een klein eilandje onder Bali dat -naar men zegt- veel minder toeristisch is, en waar de authentieke Balinese sfeer nog meer heerst. Wij kijken echt uit naar wegzijn uit het drukke Ubud, en ook; terugzijn aan zee…