We worden wakker in Probolinggo, wat op zich niet echt een interessante stad is, maar we zijn hier om door te reizen naar Bromo; een natuurpark waarin een aantal vulkanen liggen. Probolinggo is de dichtste grote stad bij Bromo. Deze voormiddag trekken we naar onze hostel in Bromo, en de rest van de dag willen we de omgeving verkennen.
Het wordt een beetje hasselen over en weer met taxi’s en busjes en vooral heel weinig mensen die Engels praten, maar met handen en voeten (lees: Google translate en een gps) geraken we al een heel eind. We rijden de stad uit, en hoger hoger hoger de bergen in, en het landschap wordt adembenemend mooi. In Bromo zelf is het even zoeken naar onze hostel, wat een villaatje voor ons twee blijkt te zijn, en helemaal achteraan een small straatje ligt, pal aan de bergen.

Het villaatje is zo kitch als je maar kan verzinnen. Er is een karaokebox (box van 1,5m hoog, inclusief microfoon en al), maar het mooiste vanal zijn de angrybirds tegeltjes in de badkamer, die Niek staat te fotograferen terwijl ze hoofdschuddend verzucht ‘dit is toch een soort troosteloosheid van een ander niveau’.

Voor het eerst in 14 dagen voel ik vermoeidheid hangen. Een vaag koppijntje, en een beetje weerstand tegen bewegen. We aten nog niet zoveel deze morgen, dus we rapen ons samen, en wandelen naar het centrum waar we een zalig bord noedels met zeevruchten wegwerken, begeleid door limoen- en lycheethee.


Daarna lopen we een lokaal shopje binnen, om een sunrise and crater tour voor morgenochtend te boeken. Niek en ik lachen met de locals, met hun dikke truien en laarzen, maar het lijkt erop dat zij ons even grappig vinden. Heel veel toeristen zijn ze hier duidelijk niet gewoon, en we hebben hier echt ons bekijks. Ik weet niet hoe we het hier zonder Google translate zouden redden. Niek spreekt iets in in het Nederlands, en daar komt direct de Indonesische vertaling onder, die zij dan weer kunnen lezen. Zij op hun beurt praten Indonesisch, en dan krijgen wij de Engelse vertaling te zien. Het gaat trager, maar het werkt perfect! Helaas is er geen fout in de vertaling als ze ons vertellen dat de gids ons vannacht om 2u (!) komt oppikken. Seriously??



Deze namiddag willen we hier nog een wandeling doen, en om schoenen te wisselen, lopen we nog even ons huisje binnen. Ik krijg een beetje een klop, en ga even liggen, hoewel ik weet dat ik best niet teveel slaap, anders lukt me dat vanavond weer niet meer. Een halfuur later haalt Niek me uit een diepe slaap, en ik overtuig mezelf om op te staan, hoewel me dat heel zwaar valt.
Ze stelt voor om naar een koffiebarretje te wandelen, 20 minuten verderop. We zijn geen 2 minuten onderweg, en ik weet al dat het gekkenwerk wordt. We zitten midden in de bergen, en het is suuuuupersteil. Ik draag platte schoenen, en dat betekent dat mijn voeten hier langs deze berg dus even hard omhoog staan, als ze anders naar beneden staan, en met mijn verkorte kuitspieren (door mijn eeuwige hoge hakken) doet dit dus echt gemeen veel pijn. Het is bijten stapje per stapje, amai, wat een marteling. Ik kom ook nog maar uit een diepe slaap, dus ik ben NIET BLIJ -understatement-. Niek probeert me dapper af te leiden, maar ik ben toch boos op de wereld -fuck zeg, wat een pijn- en als ze me fotografeert met een doek op mijn hoofd tegen de felle zon -ook dat nog- weet ik niet of ik moet huilen of de slappe lach moet krijgen als ze zegt dat ik met mijn kleuren mooi opga in het decor (zie de blauwe bloemen). Het wordt het laatste.






We twijfelen meermaals om op te geven, maar hell no, dat staat niet in onze woordenboek, dus we worstelen dapper verder.
En dan gebeurt het toch weer hé… Stilaan horen we lawaai vanuit het volgende dorp, het klinkt als iemand die iets omroept door een megafoon. De huizen komen traag dichterbij, en met vernieuwde moed zetten we door. Als we boven komen, blijkt het geluid afkomstig van een lokale volleybalmatch met 2 vrouwenploegen, op een onwerkelijk terrein -omgeven door netten, anders mogen ze hier aan de lopende band volleybalballen kopen-, en met een fantastisch zicht op de bergen, waaruit traag mist optrekt. We kruipen erbij op de tribune, en het voelt als een Vlaamse kermis van de jaren ’50. Kraampjes, spelende kindjes, hangende jongeren, een toeterende verslaggever, en kitchmuziek.



Het was al het afzien weer eens meer dan waard, en deze foto laat zien hoe blij en trots ik al die pijn doorstaan heb.

We drinken een welverdiend koffietje (of nee; eigenlijk een lycheethee, en een taro; want ik wil iets proberen wat ik niet ken, en het blauwpaarsachtige melkschuimdrankje smaakt als een heerlijk romig koekje, wat de ervaring helemaal afmaakt), op het mooiste dakterras ooit, met tafels met schommelstoelen errond, en een uitzicht vanop het dak van de wereld.




We wandelen terug, en dat is een heel stuk comfortabeler, al kijken we ook hier op van hoe ontzettend steil het is. Om 18u zijn we terug in ons huisje, en is de dag wel zo’n beetje klaar. Onze wifi werkt ook niet meer, en er is maar beperkt databereik. Niet erg eigenlijk, want hoewel deze namiddag heel leuk was, zijn we toch nog steeds moe, en morgen wordt een heeeeel lange dag …
