Onze trein vertrekt om 11.38u -we nemen de trein van Yogyakarta naar Probolinggo-, dus vandaag kunnen we echt uitslapen. Maar je weet hoe dat gaat, om 6u ben ik dan toch weer wakker. Opstaan, gerief samen rapen, rustig ontbijten in diezelfde mooie tuin en eventjes binnen bij de receptie om een taxi naar het station te regelen. In de receptie staat een 10-tal jonge gasten, en we horen meteen Nederlands. En dan komt één van hen op me af, en vraagt ‘Ik denk dat ik jou ken, ben jij toevallig docent aan Artevelde?’. Blijkt een gast te zijn die ooit 2 weken in m’n lessen zat in het eerste jaar, en dan toch maar een ander vak is gaan doen 😉 Maar ondanks de korte tijd in mijn lessen, herkent hij me toch, zelfs 10 jaar later, en op een ander continent. De wereld is zo groot, en toch soms ook best klein.

Vandaag gebeurt niet zoveel. Onze treinticketjes zijn geregeld, de trein is stipt op tijd, en de treinrit is lang. Idaal om hieronder gewoon een paar random feitjes te vertellen.

Iedereen wil hier met ons op de foto. Vrouwen vooral dan. Ze komen gewoon op je af, en vragen om met hen te poseren. Ondertussen herkennen het we gedrag; als een groepje van 2 of 3 meisjes onder mekaar giechelen, gsm in de hand, en mekaar aanstoten terwijl ze naar ons kijken, dan is het weer zover, dan komen ze vragen of we met hen op de foto willen. Vaak is er niet eens een gesprek; dit dient blijkbaar om later aan het thuisfront te kunnen tonen dat ze een fijne reis hadden en vele interessante (?) mensen leerden kennen. We doen gewillig, en soms ook minder gewillig mee. Het ontlokt aan Niek wel ‘we zijn hier bij een fucking vulkaan, en WIJ zijn de attractie??’, wat me weer een lachbui bezorgt.

Mannen daarentegen lijken ons nauwelijks op te merken en dat valt me op als een vreemde afwezigheid. Ze zijn vriendelijk, en behulpzaam, maar bekeken worden met een andere blik, zoals in Europa of Afrika; dat voel ik hier zelden, en ik ben zelf verrast hoe vreemd dat voelt.

-Kleine aanvulling; ondertussen zijn we doorgereisd naar het Oosten van het land, en in de bergen uitgekomen; en ineens voelt dat toch anders. Of concreter gezegd; er is hier op 1 dag meer in mijn decolleté gekeken dan in de hele 14 dagen die eraan vooraf gingen. Enfin. Er zijn dus blijkbaar toch nog mannen in Indonesië.-

Duolingo geeft hier Indonesische reclame. Reclame wordt dus blijkbaar afgestemd op het land waar je bent. Ik oefen elke dag dapper m’n Spaans -sinds het aflopen van de volledige Duocursus Zweeds, waar ik zo’n jaartje over deed- want stiekem staat Latijns-Amerika volgend jaar op de planning.


Ik heb m’n camera mee, maar ik gebruik vooral m’n gsm. Ik heb er spijt van, want ik fotografeer graag, maar het is tegelijk wel een ontzettend gemak. Ik gebruik m’n camera wel, zeker als ik weet dat het de moeite zal zijn -zoals gisteren, bij de zonsopgang aan Borobudur- maar ik heb m’n tijd nodig om ’s avonds deze blogs geschreven te krijgen, en als ik ook nog eens eindeloos foto’s moet gaan selecteren en bewerken, geraak ik er helemaal niet meer. Daarnaast pakt die GSM wel makkelijker mee overal, en Niek en ik delen onze foto’s samen in een Google Photos mapje. Beetje jammer van de foto’s dus, maar het werkt wel heel goed zo. Komt daar nog bij dat elke camera hier sowieso veel te klein is, je mist de geur en het geluid en de grootsheid, en vooral; de vele emoties.


Niek en ik kletsen veel, praten veel, en lachen ONTZETTEND veel. Die dagelijkse slappelachbui is er één van meerdere per dag geworden, en toen ik haar deze morgen mijn verslag over Jomblang Cave liet lezen (Dikke Chinees – Sorry not sorry – Ventilator) lagen we samen minuten lang te gieren van ’t lachen, echt geweldig. Wat een heerlijke reispartner!


De treinreis zelf is niet zo noemenswaardig. We bloggen, lezen, slapen, luisteren muziek, en houden met een half oog het landschap buiten in de gaten. Het duurt dan wel 7u, maar het gaat toch snel voorbij. We komen aan, worden opgepikt, en trekken naar ons hotel. Morgen bezoeken we Mount Bromo National Park.